Drie vragen aan afstudeerders Astrid en Bart
De afgelopen tijd deden twee studenten hun afstudeeronderzoek bij Duurzaam Boeren Drenthe. Allebei doken ze in een actueel vraagstuk binnen de landbouw, spraken ze met betrokkenen uit de praktijk en gingen ze op zoek naar kennis die boeren verder kan helpen.
Wat hebben zij onderzocht? Wat viel ze daarbij op? En welke inzichten kunnen boeren en ambtenaren direct gebruiken? We stelden Astrid en Bart drie vragen over hun onderzoek en hun ervaringen.
Kunnen jullie jezelf kort voorstellen en vertellen wat jullie hebben onderzocht binnen Duurzaam Boeren Drenthe?
Astrid: Mijn naam is Astrid Hofsteenge en ik heb de opleiding Dier- en Veehouderij aan Van Hall Larenstein gevolgd. Tijdens mijn afstudeeronderzoek bij de Provincie Drenthe heb ik onderzocht wat de relatie is tussen doelsturing op ammoniakemissie en het verdienmodel van melkveebedrijven. Daarbij heb ik gekeken welke ammoniakreducerende maatregelen melkveehouders kunnen nemen, hoeveel emissiereductie deze opleveren, wat de kosten zijn en hoe deze uitpakken voor verschillende typen melkveebedrijven.
Bart: Mijn naam is Bart de Weerd, ik ben 24 jaar en kom van het platteland in Staphorst. Thuis houden we een aantal fleckviehkoeien voor de hobby. Ik ben afgestudeerd aan Aeres Hogeschool in Dronten, in de master Agribusiness Development. Voor Duurzaam Boeren Drenthe heb ik onderzocht welke maatregelen akkerbouwers kunnen nemen om beter te scoren op de KPI gewasbescherming. Voor een akkerbouwbedrijf van 100 hectare op zandgrond heb ik acht maatregelen doorgerekend op milieuwinst, kosten en praktische haalbaarheid. Daarnaast heb ik negen mensen uit de sector geïnterviewd over hoe zij naar de toekomst van de gewasbescherming kijken.
“Het succes van een maatregel hangt af van de omstandigheden op het bedrijf.”
Wat heeft jullie tijdens het onderzoek het meest verrast?
Astrid: Achter iedere berekening een melkveehouder staat die keuzes moet maken voor zijn of haar bedrijf. Geen enkel melkveebedrijf is hetzelfde en daarom is het belangrijk dat ondernemers de ruimte krijgen om maatregelen te kiezen die passen bij hun eigen situatie. Juist die keuzevrijheid maakt doelsturing waardevol.
Bart: De grootste verrassing kwam uit de gesprekken. Precisietechniek verlaagt de hoeveelheid middel per hectare, wat op het eerste gezicht alleen maar winst lijkt. Meerdere geïnterviewden wezen erop dat toelating van middelen voor kleine teelten daardoor voor fabrikanten minder rendabel wordt. Minder volume betekent minder omzet, terwijl juist die kleine teelten nu al een smal middelenpakket hebben. De oplossing kan het onderliggende probleem dus deels versterken. Wat me daarnaast opviel, was de eensgezindheid: alle negen geïnterviewden noemden dat het middelenpakket sneller krimpt dan er alternatieven bij komen.
“Keuzevrijheid en maatwerk zijn essentieel voor een duurzame melkveehouderij.”
Wat is volgens jullie de belangrijkste uitkomst van het onderzoek en wat kunnen boeren en ambtenaren daar direct mee?
Astrid: De belangrijkste uitkomst van mijn onderzoek is dat maatwerk de sleutel is. Elk melkveebedrijf is anders en daarom is het belangrijk dat ondernemers de ruimte krijgen om maatregelen te kiezen die passen bij hun bedrijfsvoering. Boeren kunnen hun ammoniakuitstoot vaak al aanzienlijk verminderen met passende managementmaatregelen, zoals het verlagen van het ruweiwitgehalte in het rantsoen. Wanneer verdere reductie nodig is, kunnen innovatieve technieken een oplossing bieden. Deze investeringen zijn echter kostbaar. Om deze voor melkveehouders haalbaar en aantrekkelijk te maken, zijn subsidies van groot belang. Op die manier kunnen melkveehouders blijven investeren in een toekomstbestendige en duurzame bedrijfsvoering, zonder dat het verdienmodel onnodig onder druk komt te staan.
Bart: De belangrijkste uitkomst is dat het succes van een maatregel sterk afhangt van de omstandigheden op het bedrijf zelf. Een maatregel die uitstekend past bij de ene akkerbouwer of op het ene perceel, kan voor een ander niets opleveren. Dat onderstreept de noodzaak van doelsturing: omdat het om maatwerk gaat, moeten boeren de ruimte houden om zelf hun oplossing te kiezen. De directe winst zit in laagdrempelige maatregelen die binnen het huidige bouwplan passen, zoals een resistent ras. In mijn onderzoek was dat de enige maatregel die op zowel korte als lange termijn geld opleverde, terwijl dure techniek pas rendeert bij voldoende hectares. Reken dus eerst door wat een maatregel op het eigen bedrijf doet, voordat er geïnvesteerd wordt.


